Ken je motor

Zen karakterIn een vertelling over een motortocht door de Verenigde Staten ontleedt Pirsig het rationele westerse wereldbeeld en liet hij zien hoe dit het zicht ontneemt op werkelijke kwaliteit. Deze werkelijke kwaliteit kun je alleen ervaren en niet definiëren of meten. Als metafoor gebruikt hij zijn houding tot zijn motor, die al wat ouder is en waarin hij al heel wat uurtjes onderhoud heeft zitten. Hij kent inmiddels het ‘karakter’ van zijn motor, die verschilt met het karakter van andere modellen motoren, maar ook met het karakter van motoren van hetzelfde model omdat niet alle onderdelen op dezelfde manier zijn versleten en onderhouden. Als hij er op rijdt, weet hij aan de hand van de trillingen en geluiden van de motor of alles nog goed functioneert, of dat er olie bijgevuld moet gaan worden, de ontsteking afgesteld, etc. Hiertegenover stelt hij de houding van zijn vriend die een nieuwe motor heeft en daar ontzettend van geniet, maar geen idee heeft van de onderliggende techniek, die alleen één pot herrie hoort als hij probeert de verschillende geluiden die de motor maakt te onderscheiden. Zijn vriend is dus niet in staat kwaliteit te ervaren en dat komt omdat hij niet ‘één’ is met zijn motor.

Een vakman werkt ‘vanzelf’

Kwaliteit voor Pirsig is iets wat je alleen kunt ervaren wanneer toeschouwer en object één worden, iets dat volgens hem ook terugkomt in alledaagse uitdrukkingen als ‘Iets met hart en ziel beleven’ of ‘opgaan in iets’. Op zijn motortocht komt hij er achter dat niet alleen zijn vriend, maar ook monteurs, die toch niet afwijzend staan tegenover techniek, zich totaal niet met de techniek lijken te vereenzelvigen: ‘zij gingen voor een karwei zitten en voerden het uit als chimpansees’. Bij een reparatie had een monteur een afdekplaatje verkeerd gemonteerd en daarbij een bout gebroken. Zich afvragend waarom zij er zo grof mee omsprongen bedacht hij al wel de aanwijzingen te hebben gezien in de betreffende werkplaats: ze luisterden naar muziek tijdens het werk, ze hadden haast om een karwei af te maken en bovendien keken ze weliswaar vriendelijk en welwillend maar niet betrokken. ‘Vergelijk dit eens met de gezichtsuitdrukking van iemand waarvan je weet dat hij voortreffelijk werk levert’, zegt Pirsig: ‘De vakman werkt nooit volgens gebruiksaanwijzingen. Hij neemt beslissingen terwijl hij aan het werk is. Daarom zal hij geconcentreerd zijn en in beslag genomen worden door wat hij doet, ook al zal hij daar geen moeite voor doen. Zijn bewegingen en het werkstuk dat hij onder handen heeft vormen een soort harmonie. Hij volgt geen geschreven aanwijzingen omdat de aard van het werkstuk zijn gedachten en bewegingen bepaalt, waarbij tegelijkertijd de aard van het werkstuk voortdurend verandert. Het werkstuk en zijn gedachten veranderen samen in een voortdurende reeks van veranderingen, tot zijn geest tot rust komt op hetzelfde moment waarop het werkstuk gereed is.’

Het is aan de hand van dergelijke overwegingen dat de romanfiguur van Pirsig besluit een handleiding te schrijven die aldus begint: ‘Monteren van Japanse motorfiets vraagt onbezwaard gemoed. ... Je verkrijgt het door goede zorg en het wordt verstoord door slechte zorg ... Om te bereiken dat je ziet wat goed is en ook begrijpt waarom het goed is en dat je één wordt met dit goede naarmate het werk vordert, moet je zorgen voor innerlijke rust, een onbezwaard gemoed, opdat het goede je kan bereiken.’